Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘column’

Advertenties

Read Full Post »

  ONTBOEZEMING/ Ode aan Henk

Voor sommige vrouwen is het Brad Pitt, Johnny Depp of George Clooney. Anderen zoeken het bij Tom Cruise of Matthew -wasboordje- McConaughey.
Dichter bij huis schijnt Matthijs van Nieuwkerk vrouwen dol te draaien. Hugo Borst kan aan elke vinger een legioen krijgen. Het gerucht gaat zelfs dat er zonderlingen zijn die het met Nico D. zouden willen doen.
Mij niet gezien. Leuke mannen, daar niet van, maar ik droom er niet over en ik lig er niet wakker van.
Er is er wel eentje waar ik als volwassen vrouw al vele jaren een bakvissenzwak voor heb en vandaag krijgt die man een Valentijn-lofzang.


Is het een spetter van een kerel? Zo eentje die alle vrouwen benen van elastiek geeft als ie nog maar naar je kijkt?
Zo’n man bij wie een vrouw die hem ontmoet denkt: had ik nu vanochtend mijn haar maar gewassen?
Een man die linea recta op een sokkel kan? Gods kadootje voor de vrouwen?
Nee. Zo’n man is het niet.


Zijn blik laat kleine kinderen spontaan in huilen uitbarsten. Artsen schrijven het recept voor kalmeringspillen al uit voordat hij goed en wel zit.
Als de kapper hem ziet aankomen gaat de deur op slot.
Hij laat geen mogelijkheid onbenut om met iemand ruzie te zoeken.
Woest, bruut, aanmatigend, wrevelig, halsstarrig en azijnzeikerig.


Dat is de buitenkant voor wie niet verder wil kijken.
Ik zie een prachtige, grappige, aantrekkelijke, getalenteerde, ontroerende man.
Mijn Henk. Een Droomman. Gezicht op zeven weken onweer en toch de zon in je hoofd toveren. Een blik die de global warming 10 jaar terugwerpt en toch geen jas nodig hebben.
Hij doet het keer op keer. Henk maakt mij week. Henk laat mij huppelen. Hij heeft iets vertederends, iets jongensachtigs.


Ik wil over dat woeste Beethovenhaar aaien, ik wil zijn brilletje laten beslaan. Voor hem koken en naar zijn tirades luisteren.
Dat wil ik allemaal. Hij mag mij keer op keer vertellen hoe goed die en die voetballer is, hoe klote die verslaggever, wie er wel en niet kan schrijven, hoe kut Hilversum in elkaar zit, wie er deugt en wie niet. Ik hang aan zijn lippen en volg zijn bewegingen. Als een vampier wil ik zijn energie opzuigen.
Met ‘Onze Taal’ in de hand op de bank naast Henk zitten, dat is het wel zo’n beetje. Dat bereiken en dan dood.


Hij zal het nooit weten dat ik hem zo lief vind. Dat ik nooit om Harry moest lachen maar wel om hem. Maar goed, dat had ik ook al bij de Mounties dat ik niet om Piet kon lachen.
Wellicht zit ik ooit een keer in de zaal als hij een voordracht doet en dan zal ik in stilte genieten. Geen gevoel voor de bal? Ben je mal!
Ik zal na afloop op afstand toekijken hoe bewonderaars een handtekening vragen. Al de tijd wensend dat ik de zus van Maldini was.
Dat hij op mijn eerste liefde lijkt ga ik hem niet vertellen. Als 20 jarige had ik al een zwak voor oudere Henk mannen. Karakterkoppen. Mannen met slagersgezichten die een Kees de Jongen in zich meedragen. Daar moeten mijn armen om heen. Die moet ik verwarmen en geliefd laten voelen.


Henk zal mij ooit vinden. Of niet.
Ik heb er hoe dan ook vrede mee.
De dokter zegt dat ik er oud mee kan worden en daar houd ik me dan maar aan vast.

 

 


 


 

 

Read Full Post »

 

Auditie terreur.
– door Jefta

Oplettende kijkers hebben de finale van Popstars 2009 / 2010 zien winnen door de sympathieke Wesley. Aanstekelijk was het aanvullende nieuws: Wesley zou zijn fulltime betrekking als bekistingtimmerman opzeggen omdat de verworven sterrenstatus daarvoor geen ruimte zou laten. Analoog aan dergelijk brekend nieuws en exemplarisch voor de doelgroep is dan de kop: “Wesley timmert niet meer aan de weg”. Juist wel, moet de schrandere redacteur minzaam glimlachend hebben gedacht; Het soort bevlogen redacteuren dat kappersbladenpubliek serieus wil laten geloven in een serie misvattingen over sterrendom en zangpubliek; Hetzelfde soort dat mij het toetsenbord op jaagt om met een vergelijkende invalshoek te komen:
Bestaansrecht.
Met mijn trompet in de hand stond ik zelf als kind tussen bewonderende familie. En ik was niet alleen. Gemiddeld waren er op de acht kinderen van mijn ouders vijf instrumenten te betasten; Allen grondig vernaggeld door een klaar gebrek aan muzikaliteit, maar het ging op verjaardagen toch maar om de nieuwigheid. Glanzende deuntjestoeters en glooiende snaar-divariussen in een roodfluwelen koffertje. Nooit verder dan Für Elise maar denderend wat een mooi ding zeg. Met kinderlijk dédain vroeg ik mijn oom wat hij op zijn beurt speelde. Bedachtzaam sprak hij: “Wie moet er dan luisteren?”
Jaarlijks rolt er een handvol auditieshow-winnaars van de band. Dat zijn 50 kleurlozen in 1 decennium, die allen uit dezelfde, door internetpiraterij, karige ruif vreten. Hossend fleuren ze na twee jaar bedrijfsfeesten op, en als ze niet en passant het bisexuele musicalpodium opgeduwd zijn vragen ze bij de grutter weer naar klantenkaarten. Ik moet bij de “hoe gaat het met”-rubriek vaak aan mijn oom denken.
Eerlijke jury.
Het dansje, loopje en deuntje van de vakjury is ook geen verrassing meer. ‘De kandidaten zijn deze keer wéér beter’, en: nog eens wegpinken die traan, nu naar camera 3! En dan de originaliteit: als Albert Verlinde op zeker gaat, door bij de Michael Jackson-zoektocht internationale dans-expertise in te huren met Dan Karaty, hoor ik na zijn bijdrage drie echo’s. Ook de onderlinge controverse en publiciteitszoekertjes zijn middels Gordons nekschot gemeengoed.
Uiterst logisch in termen van Hilversumse handigheid, maar wie duidt de wanhopige sterrendom-nomade de betrekkelijkheid als zijn witbetraand gezicht zich richt op de eerste wolf uit de roedel, klaar voor de gouden tekst die de euro’s zal doen rinkelen?
Misschien een taak voor de kapper.

Read Full Post »

Kap Spiegel: Hé, meis!

 
 

Hé meis! 

door Kap Spiegel 
 
Uw spiegeltje komt nog wel eens ergens en verwondert zich graag over de wijze waarmee sommigen zich trachten te profileren. Een ‘van harte gefeliciteerd’, ‘hé, hoe is het met jou?’ of ‘wat een leuke jurk’, waar eigenlijk bedoeld werd: ‘val dood’, ‘loop alsjeblieft door’ of ‘hadden ze nog gordijnstof over?’ 
Men begeeft zich in gezwinde spoed naar verjaardagen waar men niet wil zijn, koopt cadeautjes voor mensen die men het liefst terminaal ziek zou zien en men geeft gul aan de collectant om het verwachte schuldgevoel bij niet-thuis-geven te vermijden. Wanneer je een beetje tussen de regels door kunt lezen, zijn de onderliggende boodschappen pijnlijk duidelijk. Een paar voorbeelden: 

 Naar mijn bescheiden mening (of IMHO) 

  1   Vergeet het maar: niks bescheiden. Als je zo bescheiden was, gebruikte je die toevoeging niet

Ja maar

1   Betekent gewoon ‘nee’

Geloof mij nou maar / neem nou maar van mij aan

2   Ik heb er meer verstand van dan jij; althans ik wil dat jij dat denkt 

Met alle respect hoor, maar 
3   Niks respect. Het woord ‘maar’ ontkracht alles voor de komma 

 

Het is zo dat… / Feit is… 
4   Heb goddomme het lef niet om me tegen te spreken 
Enzovoort. De dagelijkse spreek- en schrijftaal barst van de rookgordijnen, mistbanken en andere misleidingen. De krampachtigheid waarmee dit gebeurt is vooral in politieke uitingen te zien, waar een buitenlander krampachtig ‘medelander’ wordt genoemd, verstandelijk gehandicapten als ‘mensen met mogelijkheden’ worden aangeduid en waar Balkenende nooit iets heeft gezegd, maar ‘al eerder aangegeven’. Bovendien vindt onze premier dat we bepaalde dingen ‘niet zouden moeten willen’: opnieuw een duidelijke vorm van manipulatief taalgebruik. 

Vooral het zich ‘weldenkend’ noemende deel der natie heeft hier last van. Of eigenlijk hebben anderen er last van. Want door jezelf weldenkend te noemen, impliceer je een niet-denkende of tenminste minder-denkende ander. En het is die ander die moet worden voorgelicht, opgevoed en bijgespijkerd tot hij onderschrijft zowel als respecteert wat de weldenkende vindt. Andersom gebeurt nooit: geen weldenkende weldenker zal ooit een strobreed toegeven aan een niet-denker. Dat kan ook niet, denk ik. Of denk je van wel? 

Hoe dan ook: de weldenker snapt in zijn grenzeloze ignorantie nog net dat de niet-denker zich heus niet zomaar omver laat lullen, alleen omdat de weldenker zegt dat hij weldenkend is. Daarom verpakt de getrainde huichelaar – waar we de meeste weldenkers rustig toe kunnen rekenen – zijn arrogantie en betweterij in zachte, eufemistische watten. In dat land van kleffe watten heten Turken ‘Turkse ménsen’ (let op het accent) en de Nederlander gewoon ‘Nederlander’. Er wordt in wattenland met de meest vreselijke doemscenario’s gedreigd om het niet-of-nauwelijks-denkende deel van het land onder de duim te houden. 

Dat kan allemaal in Nederland, zolang het maar in watten wordt verpakt en met een minzame glimlach wordt gebracht. Nog even en ook de politici spreken elkaar aan met: ‘Hé meis, kom eens bij me voor een lekkere knufkus!’ 

Zo klinkt het allemaal toch nog lekker knussigjes, dat bedrog. Ik mag graag refereren aan de uitspraak die Jaap de Paap onlangs op zijn twitter twoot: 

Ik heb liever onvriendelijkheid – desnoods premenstrueel – dan dat gehuichel. 
  

Read Full Post »

 

De rijdende rechter

– door Jefta

Het aanbod aan tv-programma’s is vaak, als je een bundel zou maken, een magazine van de tijdgeest. Een blik in de Veronicagids van 10 jaar terug roept niet voor niets nostalgie en afkeer op: de mix die hoort bij ex-en en klassenfoto’s. En het actuele aanbod, met een achteloos favorietje altijd sluimerend op je computerscherm, doet vermoeden dat we leven  in een tijd van hysterische auditie en hijgerig voyeurisme bij boerenliefde en avondmaaltijd. Briljant speurwerk van de ManBijtHond-redactie enerzijds, en instant verbaal kopieerwerk van gelegenheidsjuryleden anderzijds, maar het blijft kansloos gluren.

Welnu, treedt thans binnen in de oase van authentieke volkspret; Vermaeckt u met klassieke rechtvaardigheid en snelrecht, gesneden in een montage voor jong en oud: De Rijdende Rechter. Het programma waar zorgvuldig het argument uitgebeeld wordt; geen eiser wordt onderbroken, geen verweerder gehinderd.

Zo ook afgelopen editie: da’s mien bok. Klinkt als het Drentse aapnootmies, maar behelst een verbitterde strijd over een uitgeleende prijsgeit. Woordgrappen van het onderhoudende Gordon-allooi in de keel smorend, verneem ik de gezette toon van de presentatrice Jetske: van ruilen komt huilen. (Bij de BZT-show keek ik noch wezenloos naar haar contouren en verlekkerd naar haar vruchtbaarheid, tegen het hellend decor van kinderpret; nu kom ik niet eens aan de opwinding toe, mits taalkoorts meetelt.)

Vaak is de TV de grapjesgenerator in mijn huiskamer en de host de aangever. Dit half uurtje provincieverdriet zette mij echter aan een dis van dubbelzinnigheden waar ik niet vaak had aangezeten. (meneer Hermans). Zo had het eindlettergreep-inslikkende gedupeerde stel een bok geschootn, reageerde de verweerder als een bok op de haverkist, zich in gedachten afvragend of de eiser wel klootn had om elke uitspraak geflankeerd door hoofdschuddende echtgenoot (had het wel gedacht, maar ja geitn in de kont kieken) te doen. Maar hij moest niet zo mekkeren. Zelf had ‘ie dat allerminst groene blaadje ook voortdurend nodig om de prijsbok van stal te halen, al was het om de bladderende schuurdeur tot dichtvallen te belemmeren.

En als de beste lichaamslengte-authoriteitsverhouding uit onze rechterlijke stal, mr. Visser, uitspraak doet op een paukeslagje, de allengs stotterende oudjes ten spijt, schuift het bokkepruikje nerveus op haar stoel. De bedachtzame dondersteen, ernaast, verschuift zijn eminente kerstman-baard, na het ongelijk een nieuwe seizoensklus met rendieren overwegend. Dan blijkt ook de zwakte van dit sterke format: de aftiteling. Die wil je niet! Minutenlang moet de ontreddering in beeld! De mooiste televisie breekt aan na het afsluitende gemurmel; Blackjack, het betwiste troeteldier, stormt aangelijnd de studio in. Het verweesde echtpaar klauwt herinneringsvol naar zijn zwarte vacht, vruchteloos, want dit is mijn uitspraak en daar zult u het mee moeten doen.

Read Full Post »