De keuken van mijn moeder stond vol beeldjes van kippen en konijnen. Door het raam boven de gehaakte gordijntjes uit, zag ik het dunne ijs op de vijver staan. Het was eerste kerstdag 1984 en de naam van mijn stiefvader werd door het huis heengebrult door mijn moeder. Wij waren gekleed in kerstige jurken en mijn broer in een kerstig cordury broekje met overhemd en vest. Onze vader lag nog op zijn nest. De toon was gezet, om half tien in de ochtend. Woest sneed zij de kerststol aan met wijd opengesperde neusvleugels. Wij waren dat wel gewend. Ik, de gangmaker van vier kinderen, gooide wat olie op het vuur door twee lege bierflesjes die op het aanrecht stonden als klokken te laten klingelen. Na enige tijd daalde onze vader gekleed in een gekreukt overhemd te trap af, richting de w.c. Zijn geslacht hing in treurig plasverlangen onder het katoen uit.
“ Het is KERST, godverdomme…Waarom kan jij nou nooit eens, net als wij, op tijd je nest uitkomen. Heb je weer hoofdpijn?” Zij was boos. “Zeikwijf..” klonk er hol vanuit het gesloten piskamertje. Ma hield er de moed nog maar nauwelijks in; want het móest gezellig zijn. Tot overmaat van ramp, zaagde ze een snee in haar kluif en ging nu vloekend LOS. Dat vloeken hoorde wij als kinderen allang niet meer. Ik keek gebiologeerd naar het bloed op het broodmes dat zich vermengde met amandelspijs. Na het vloeken kwam het huilen. En na het huilen kwam het snuiten. En na het snuiten kwam de moed voor een spelletje MensErgerJeNiet.
Leuk! Ik had geel. En alsof de duivel ermee speelde, kregen mijn zusjes, mijn broer en ik er ook nog lol in. Mama las intussen een kalmerend roddelblad op de bruine bank. Wij sloegen elkaar, tipte elkaar over en vulden de vakjes met rode, gele, paarse en groene pionnetjes zonder elkaar onder de tafel te trappen. Als je ouders het allemaal niet meer aan kunnen, dan moet je als kinderen bepaalde taken van ze overnemen. In de naam van Jezus Christus, Amen.
Toen de ochtend in de middag veranderde, besloot ik samen met mijn broer een goede daad te verrichten. Wij zouden de slagroom verzorgen deze kerst. Wij hadden een metalen slagroom spuitfles waarin je room goot en de suiker strooide. De spuitkop draaide je vervolgens stevig vast. Daarna behoorde je dan een koolzuurcapsule in te draaien en kon het spuiten beginnen. Hoge torens op het advocaatje van mama.. Maar mama was vergeten die koolzuurcapsules te kopen, dus moesten we naar buurman Hennie. De terrorvader van onze vriend en vriendin links naast ons. Wij moesten daar moed voor verzamelen. Mijn broer en ik wáren moedig: Wij durfden ook een doos vol stront met een brandende rotjesbom er in voor zijn deur te zetten. Dus.
Buurman Hennie had ze! Verdomd als het niet waar was. Hij gaf de capsules aan ons; Want het was kerstfeest en het glas cognac in zijn handen streek over zijn hart. Bloedhond, brandweer en Charles Bronson-fan was hij. Lachwekkend, nietwaar?
Mijn broer Berthus en ik kwamen thuis met de buit en draaide de capsule in de slagroomspuit, ik schudde de fles krachtig en deed de spuittest. Godeverdomme: NIKS. De room bleef dun. “Mama! Hij doettet niet!” Mijn moeder riep vanuit de Privé ‘dat we het dan nog maar eens moesten proberen’. Berthus draaide de tweede capsule leeg in de fles. In de keuken met de gehaakte gordijntjes en de bruine tegeltjes kwam onze vader thee zetten, keek, mompelde en liep weer weg. Nog steeds was de room dun en ik proefde.. Dun en zoet. En het voelde als Seven-up op mijn tong. Dit werd niks, zo.
“Gooi maar weg, die troep” Zei m’n broer. En toen gebeurde het. De spuitkop van de fles zat verschrikkelijk vast, maar ik liet me niet kisten. Ik pakte een theedoek en probeerde het nog eens; draaide….
BOEM!!!!
Alles. Werkelijk álles in de keuken: Vier muren, het plafond, de konijnen en de kippen, het keukenraam, mijn brilletje, mijn broer. We waren verslagroomd en ik moest zo verschrikkelijk lachen, dat ik haast in mijn maillotje zeek. Mama kwam de keuken in en keek naar ons met een vernietigende blik in haar ogen; maar we konden maar niet ophouden met lachen….we moesten ZO lachen. Onze vader kwam nu ook even kijken…mompelde iets en liep met een vieze grijns weer terug naar de huiskamer, waar zijn thee nog stond te dampen.
Berthus en ik hebben toen de hele kerst op onze kamer moeten zitten. En weet je? Wij hebben daarna met kerst nooit meer zo gelachen als dat we deden tijdens de kerstdagen in 1984.
Als het niet zo triest was, vanwege een laatste, lachende Kerst …….
Lach deze Kerst met je dochter en je kerel Bibi X
Mooi maar wel een triest verhaal….