Feeds:
Berichten
Reacties

Geen tekst meer

Monstermachine : Mirre

 Door Mirre, dochter van @en_wat_dan_nog

(Klik op voor groter)  

 


Waar een begin is in een einde en waar een einde is, was een begin

Maar ben ik nu bij het begin van het einde, of het einde van het begin?

Het begin begint altijd bij het begin

Het einde eindigt altijd bij het eind

Een nieuw begin van het eind, of is dat het eind van een nieuw begin?

Of is dat net zoiets als het midden?

Is het midden dan het begin van een nieuw begin of het einde van het eind?

Het begin van een nieuw eind, het einde van een nieuw begin.

Eerste kerstdag 1984

De keuken van mijn moeder stond vol beeldjes van kippen en konijnen. Door het raam boven de gehaakte gordijntjes uit, zag ik het dunne ijs op de vijver staan. Het was eerste kerstdag 1984 en de naam van mijn stiefvader werd door het huis heengebrult door mijn moeder. Wij waren gekleed in kerstige jurken en mijn broer in een kerstig cordury broekje met overhemd en vest. Onze vader lag nog op zijn nest. De toon was gezet, om half tien in de ochtend. Woest sneed zij de kerststol aan met wijd opengesperde neusvleugels. Wij waren dat wel gewend. Ik, de gangmaker van vier kinderen, gooide wat olie op het vuur door twee lege bierflesjes die op het aanrecht stonden als klokken te laten klingelen. Na enige tijd daalde onze vader gekleed in een gekreukt overhemd te trap af, richting de w.c. Zijn geslacht hing in treurig plasverlangen onder het katoen uit.

Het is KERST, godverdomme…Waarom kan jij nou nooit eens, net als wij, op tijd je nest uitkomen. Heb je weer hoofdpijn?” Zij was boos. “Zeikwijf..” klonk er hol vanuit het gesloten piskamertje. Ma hield er de moed nog maar nauwelijks in; want het móest gezellig zijn. Tot overmaat van ramp, zaagde ze een snee in haar kluif en ging nu vloekend LOS. Dat vloeken hoorde wij als kinderen allang niet meer. Ik keek gebiologeerd naar het bloed op het broodmes dat zich vermengde met amandelspijs. Na het vloeken kwam het huilen. En na het huilen kwam het snuiten. En na het snuiten kwam de moed voor een spelletje MensErgerJeNiet.

Leuk! Ik had geel. En alsof de duivel ermee speelde, kregen mijn zusjes, mijn broer en ik er ook nog lol in. Mama las intussen een kalmerend roddelblad op de bruine bank. Wij sloegen elkaar, tipte elkaar over en vulden de vakjes met rode, gele, paarse en groene pionnetjes zonder elkaar onder de tafel te trappen. Als je ouders het allemaal niet meer aan kunnen, dan moet je als kinderen bepaalde taken van ze overnemen. In de naam van Jezus Christus, Amen.

Toen de ochtend in de middag veranderde, besloot ik samen met mijn broer een goede daad te verrichten. Wij zouden de slagroom verzorgen deze kerst. Wij hadden een metalen slagroom spuitfles waarin je room goot en de suiker strooide. De spuitkop draaide je vervolgens stevig vast. Daarna behoorde je dan een koolzuurcapsule in te draaien en kon het spuiten beginnen. Hoge torens op het advocaatje van mama.. Maar mama was vergeten die koolzuurcapsules te kopen, dus moesten we naar buurman Hennie. De terrorvader van onze vriend en vriendin links naast ons. Wij moesten daar moed voor verzamelen. Mijn broer en ik wáren moedig: Wij durfden ook een doos vol stront met een brandende rotjesbom er in voor zijn deur te zetten. Dus.

Buurman Hennie had ze! Verdomd als het niet waar was. Hij gaf de capsules aan ons; Want het was kerstfeest en het glas cognac in zijn handen streek over zijn hart. Bloedhond, brandweer en Charles Bronson-fan was hij. Lachwekkend, nietwaar?

Mijn broer Berthus en ik kwamen thuis met de buit en draaide de capsule in de slagroomspuit, ik schudde de fles krachtig en deed de spuittest. Godeverdomme: NIKS. De room bleef dun. “Mama! Hij doettet niet!” Mijn moeder riep vanuit de Privé ‘dat we het dan nog maar eens moesten proberen’. Berthus draaide de tweede capsule leeg in de fles. In de keuken met de gehaakte gordijntjes en de bruine tegeltjes kwam onze vader thee zetten, keek, mompelde en liep weer weg. Nog steeds was de room dun en ik proefde.. Dun en zoet. En het voelde als Seven-up op mijn tong. Dit werd niks, zo.

Gooi maar weg, die troep” Zei m’n broer. En toen gebeurde het. De spuitkop van de fles zat verschrikkelijk vast, maar ik liet me niet kisten. Ik pakte een theedoek en probeerde het nog eens; draaide….

BOEM!!!!

Alles. Werkelijk álles in de keuken: Vier muren, het plafond, de konijnen en de kippen, het keukenraam, mijn brilletje, mijn broer. We waren verslagroomd en ik moest zo verschrikkelijk lachen, dat ik haast in mijn maillotje zeek. Mama kwam de keuken in en keek naar ons met een vernietigende blik in haar ogen; maar we konden maar niet ophouden met lachen….we moesten ZO lachen. Onze vader kwam nu ook even kijken…mompelde iets en liep met een vieze grijns weer terug naar de huiskamer, waar zijn thee nog stond te dampen.

Berthus en ik hebben toen de hele kerst op onze kamer moeten zitten. En weet je? Wij hebben daarna met kerst nooit meer zo gelachen als dat we deden tijdens de kerstdagen in 1984.

 

Kerstavond 24 December 0

Net uit je warme moeder, je stikt half in een slok vruchtwater; Krijg je een pets op je kont en moet je met je blote vel in een bak stug stro. Staat er vee naast je te kledderpoepen en wacht er meteen al visite van drie koningen voor de deur. Je hebt nog niet eens de coördinatie voor het uitpakken van mirre…

En dan dat sterrenlicht boven je hut dat herdertjes aantrekt. Je ként die mensen niet eens. Je moeder ligt voor Pampus en je vader is zwaar chagrijnig. Lig je dan, met een strootje in je anus. En er is geen mens die je daar even van af helpt omdat ze allemaal op de knieën liggen voor je. Huilen helpt niet. En je had zo graag Archibald willen worden genoemd, maar ze hebben er Jezus van gemaakt; Gristus nog aan toe! Papa staat met zijn tondeldoos te proberen het wierrook te ontsteken en mama voert de moederkoek op aan de eendjes: Het is December. Jaar 0.Toen waren er nog geen BIC-wegwerpaanstekers. Heb je een mama met een barbievagina die de koe laat opdraaien voor het borstvoeden. (Mama heeft nu een héél andere vagina, sinds ik er ben)

Maar goed. Daar liggen, zitten en- staan we dan. In Bethlehem…in de herberg naast onze hut zitten ze aan de punch bij de kerstboom: Feest te vieren. En nét als je je buik hebt volgedronken uit die warme runderuier, komen er als donderslag bij heldere hemel Engelsen met vleugels neerdalen van boven. En krijg je wederom een corrigerende pets op de bil, dit maal van God, Vader en tevens gedachtenpolitie van beroep. “Het zijn ENGELEN, mijn zoon!” bulderde hij. Een rechtvaardig man, mijn denkbeeldige paps. Als pasgeboren almachtige valt het allemaal niet mee….kerstavond. Heel hyperig allemaal, wanneer Eng-el-en “Jezu wellekome” schallen.

 ~ Jezus moet even een sjekkie draaien..moment geduld s.v.p.~

 Na enkele uren vertrokken de dronken herdertjes met lege heupflacons samen met hun zesonderdéénendertig schapen. Het was gruwelijk druk, maar toch gezellig.De drie koningen verdwenen uiteindelijk de herberg in met hun dronkedarissen en de Engelen keerden terug naar hun ISS ruimtestation om televisie te kunnen kijken. Toen had papa eindelijk de tijd en voldoende privacy om met een dot kamelenharen de wonde van mama’s vooronder te deppen met boerenjongens. Iets anders was immers niet voorradig om tot ontsmetting te geraken. Papa was maar een simpele timmerman en het was allemaal overweldigend nieuw voor hem. Rond twaalven vond God de Vader het ook wel welletjes en draaide de peer uit de ster. Papa, mama en ik vielen in een kalme, diepe slaap. Er lag op dat moment nog een heel leven voor me met een snor, een baardje en een doornen kroon. Een leven met een hoer en twaalf postbodes

Het leven zou voor mij nog voor verassingen komen te staan, maar nu ik sliep, genoot ik van de zachte droom over een préttig kerstfeest.

IK en ZIJ : deel 2

Het water droop van de bladeren en de druppels vielen in het water en in het water ontstonden kringen. De vissen zwommen opgewonden naar de oppervlakte en hapten naar niets. Ik zat op een houten tuinstoel uit de zon, met mijn handen in het haar en ZIJ voerde de vissen. Ze gooide de groene en rode bolletjes in de waterstraal die door een buis uit het vijverfilter terug de vijver in liep. De waterkracht duwde de voerbolletjes onder water . De elritsen zwommen vanuit de diepte tegen de stroming van de straal in en de goudvissen strekten hun lippen uit als trompetjes. Soms hapten ze mis, of spuugden een bolletje terug. Vissekauwen noemde ik dat. In het ondiepe gedeelte van het kleine vijvertje zat een kikkerpaar in de modderige pot waaruit de miniatuurwaterlelie groeide. Eén van de twee knipperde met een oog en de andere kroop iets verder de modder in van de bedreigende mensenblik.Ze liet het laatste voer in het water vallen en toen werden zij en ik MIJ.

ZIJ was vertrokken.

Ik belde mijn moeder met trillende handen op om haar met het nieuws te verrassen. Ma haatte haar ex-man tot op het bot. De haat was niet versleten, dertig jaar nadat ze na tien jaar huwelijk van hem scheidde. De haat reed, als het de kans kreeg, als een hoogglanzende rode Ferrari uit de haatgarage, plankgas de haatbaan op. Zij had gewonnen, want hij was dood en zij kankervrij: Hoera! Ze zei dat niet en bleef beleefd door te zeggen dat ze het erg voor mij vond. En misschien…heel misschien, vond ze het ook wel ‘gewoon’ erg. Ze had wél een hart. Toch. Huilen deed ik niet, de schok van de boodschap van mijn vaders overlijden leek meer op een veenbrand met veel rook, gesmeul en geknetter. Daar heb je oxazepam voor, voor veenbranden. En een glaasje water. En een bank. En een borrel. Het kon er allemaal nog wel bij. Nu is dát in ieder geval achter de rug, dacht ik. Hij is éérst gegaan. Er komen geen vragen meer bij en ik hoef me nooit meer zorgen te maken of er een formule bestaat waardoor mijn vader en ik op één of andere manier nog op een harmonieuze manier een halfbakken relatie kunnen aangaan. Het was stuk en het bleef stuk tussen ons. En nu bleef het voor altijd stuk. Tot die conclusie was ik al gekomen, op twee maanden na een jaar eerder, in 2010. Toen ik hem voor het laatst sprak aan de telefoon.

 Drie avonden voordat ik mijn vader voor het laatst in leven sprak aan de telefoon, in 2010, belde mijn andereVader, Bas, mij op om te vertellen dat er eierstokkanker was gediagnosticeerd bij mijn moeder en dat mijn moeder in totale paniek verkeerde. Geen leven hebben en toch bang zijn om te sterven: vreemd eigenlijk om zoiets te denken van andermans leven. Het is ook maar een mening, om een leven urgent te vinden of waardeloos. Maar doodsbang was ze. Aan mijn kant van het bed lag in de volgende ochtend een tapijtje van volgesnoten, natte papieren zakdoekjes. Met opgezwollen oogleden en een bonkende hoofdpijn sleepte ik me de dag door. De contactlenzen bleven in het doosje en het iedereenmontuur stond de hele dag op de neus. De verdere dag bestond uit telefoneren met mama. Over hoop en vrees. Mijn moeder werd tijdens het gesprek een kind en ik werd moeder; ze werd klein en ik werd groot. Ze jammerde van ellende en ongeloof en vertelde van de vijf liter bruine prut die ze in het ziekenhuis via een buis uit haar buikholte hadden laten lopen. Ze wilde op schoot en boterhammen eten zonder korst. Ze wilde plotseling weer alles wat een leven mooi kan maken. Mijn handen waren koud en mijn rug was klam van ellende en onzekerheid over hoe deze ziekte zich zou ontplooien. Hoe ik haar kon helpen? Het idee dat ik mijn moeder zou gaan verliezen. Voor altijd. Het kwam in zicht, het einde en de misschien de oplossing: Misschien zou ik nu dan eindelijk mijn moeders kwetsbaarheid zien en zou ik een grote meid van veertig worden, in haar ogen. Ik vroeg en vraag me alleen nog steeds af waarom dat pas lijkt te kunnen bij ziekte of een goeie sterfpartij. Dat het dan wél kan, of zou kunnen. Dat de wil er dan wel is. Allerlei herinneringen van voorvallen en gebeurtenissen uit het verre verleden, schoten als paddestoelen uit mijn brein door al die hete tranen. Na het derde telefoongesprek die dag, beloofde ik haar dat ik haar de volgende dag weer zou bellen en we vertelden elkaar, voordat we elkaar wegdrukten, dat we van elkaar hielden

Rond vijven schonk ik een bel witte wijn in en kookte mijn man een pan rode spaghettisaus. Mijn dochter keek van beeldbuis naar haar moeder en toch maar weer naar de beeldbuis. Er lag zand op de vloer en de kattenharen lagen als struikjes op de bank. ZIJ had de stofzuiger laten staan. ZIJ was vergeten te eten. Een mooie Septemberdag was verzopen in de zorgen van morgen.

De volgende dag stond ik om half acht ‘s ochtends bij de huisarts op de stoep. Na weer een nacht vol paniekgedachten en huilbuien om dingen die nog lang niet van toepassing waren, besefte ik dat slapeloosheid me zou gaan nekken. Ik kreeg 10 tabletjes oxazepam voorgeschreven voor de nacht, als inslaper. En dat hielp me in inderdaad uitstekend om mijn rust te kunnen pakken. Eentje voor het slapen gaan na het tandenpoetsen. De loomheid sloeg toe na ongeveer een half uur en de volgende dag werd ik uitgerust wakker tegen mijn man aangeplakt, als een bange aap hangend aan z’n mammie. Het spervuur van nog niet ter zake doende horrorscenario’s takke-takke-takte er na het waken zo goed als direct weer lustig op los.

Ik had er maar tien. Tien witte pilletjes. Dus overdag liet ik de wanhoop maar op z’n beloop en snakte ik weer naar het uur dat ik even kon ontsnappen aan de angst. Naar de Nacht. Niet mijn moeder eerst- NietmijnMOEDEReerstpiekeren, tanden poetsen, pilletje slikken het bed in en dan ongemerkt wegzeilen. . . in een droomloze slaap.


ZIJ en IK : deel1

Nadat ze haar beddengoed een paar uren aan de rumoerige, frisse straatlucht had laten luchten, sloot ze het raam met een klap. De overbuurvrouw had haar kerstboomlampjes al ontstoken, zag ze, net voordat ze de plisségordijnen liet zakken. Ze schudde de kussens op. De slaapkamer zag er rommelig uit door opgestapelde dozen en rijen lijsten die tegen de wand aanleunden. De boekenkast die zo groot leek in de winkel, maar er nu hier toch volgepropt uitzag, stoorde haar ook. De kleur van de muren stond haar tegen en één van de ruitjes van de deur was ook al tien jaar afwezig vanwege een woedend momentje.

Ze sloeg het zware, wollen winterdek open en trok het strak over het matras. Ze tilde het matras aan het voeteneind omhoog en stopte de sloop er weer netjes onder. Zij is Ik en Ik ben Zij. Ik kijk weleens naar haar, als ze zo loopt te stampen door het huis wanneer iedereen van het gezin, behalve zij, naar school of naar het werk is vertrokken.Wij roken altijd samen sigaretten in de ochtend en drinken wijn in de avond. Als wij, ik en zij, samen Mij zijn, dan hebben we toch weer een stap voorwaarts gedaan

Zij loopt op blote voeten met natte haren weg uit de slaapkamer en vult de closetrolhouder bij met verse, goedkope, maar zachte rollen wc papier. Ze drukt zonder haar behoefte te hebben gedaan de grotebehoefte-knop in. Die naast de kleinebehoefte-knop. Gewoon nog even dat kleine stukje stront wegspoelen dat daar nog zo’n beetje met z’n laatste krachten aan het glazuur kleefde. “Niet mijn stront”, dacht ze, en glimlachte. Verder zag de badkamer er ordelijk uit, vond ze, na een snelle inspecterende rondgang van haar ogen. Ze ging op de pleebril zitten en trok haar sokken aan.

Ze liep weer naar de slaapkamer en schoof drie dozen aan de kant zodat ze de boeken van de onderste plank te pakken kon krijgen. Ik kreeg de boeken die ik vond in de verlaten flat van mijn overleden vader niet uit mijn gedachten. Zij vertrok en ik bleef over met besokte voeten achter op de plankenvloer. Ik tilde de dagboeken van mijn vader er per drie uit, ze waren zwaar en roken nog een beetje naar het gif dat ik er eind Juli op had gespoten. (Toen alle bladeren nog aan de bomen zaten en de bladluizen nog gulzig dronken van de rozenknoppen in de tuin, ontdekte ik hele kleine, snelle beestjes tussen de bladzijden.) Vanaf het jaartal 1995 tot en met 2011 had ik de dagboeken van mijn vader in mijn bezit. De jaartallen 1997, 1998 en 1999 lagen in een locker, op het politiebureau in Utrecht. Een aantal weken geleden belde ik de desbetreffende resercheur die ik eind Juli had gesproken op, om te vragen of de boeken wel veilig waren én of hij er al iets mee gedaan had. De boeken zijn veilig en ongemoeid gelaten, zoals verwacht. Ik drukte hem op het hart dat ik hoopte dat hij er voorzichtig mee zou omspringen en dat beloofde hij.

Ik legde de boeken op volgorde op mijn bed en keek ernaar. Lange, rechthoekige werkagenda’s. Sommigen beplakt met dun karton om de kaft te beschermen tijdens gebruik. In het begin nam hij ze mee op zijn tochten door Nederland, later niet meer. Ook dat is te lezen. Alles is te lezen. Alle dagboeken, behalve de drie dagboeken die ik nu tijdelijk niet in mijn bezit heb, hebben hetzelfde formaat. Groot en log en inhoudelijk vol. Zo verschrikkelijk vol. Met alles en niets.

Ik begon opnieuw in het laatste dagboek te lezen. Op de laatste dag die hij zijn leven van uur tot uur beschreef in notaties. De laatste notaties die ik al tientallen keren had gelezen. Het boek dat opengeslagen op een mahoniehouten tafel lag onder het licht van een halogeenlamp met een IKEAlabel aan het snoer. Naast een overvolle asbak, waar de regelmatig gedraaide peuken rechtop gestoken stonden in circelvorm, in een laag anijsgeurend schelpenzand. Ergens, in een seniorenflat.

24 Juni 2011

12:05  Wakker •Opstaan• PLPL

12:55  Gegeten: 1 bh. Kuikenfilet / grill

              Echt smerig/ weg

              1bh. Jam

              Sap van: 2 Sinaasappelen

13:05   Gewassen en aangekleed

               25 Juni uitlijnen

               Ik heb het koud

14:35   Stoppen met krassen. Ik beef als een riet.

15:10   ‘n Paracetamol 500 en plat

16:20   Wakker •Opstaan• Krassen

               Klaar ∞ (symbool voor ‘klaar met uitlijnen’ voor 25 juni)

16:45   Klaar∞ (symbool voor klaar met krassen= schrijven)

              Shaggie

              NDR | Kielerwoche

18:15   Shaggie

Na een weekend dat geteisterd werd door een hittegolf werd ik gebeld door een agent met een ernstig klinkende stem. Het was op woensdag, negenentwintig Juni dat hij samen met een collega een lichaam naast een bed op klossen vond, in een flat met gesloten ramen.Waarschijnlijk hield hij zijn wijsvinger onder de laatste notitie op het papier van het achtergelaten dagboek onder het woord ‘Shaggie’, toen hij me vertelde dat mijn vader vermoedelijk al vier dagen lag te ontbinden.

Ik voelde mijn hart bonzen en mijn knieën week worden. ZIJ verdween de tuin in om de planten te sproeien. Gewoon, verder gaan met waar wij mee bezig waren.

Dit n.a.v. een stuk, geschreven door de hoofdredacteur van Frontaalnaakt , die zegt mogelijk de laatste te zijn die het vrije woord verkondigt. Als antwoord hierop schreef Vera Leimann een keurige, maar  kritische brief. Uiteindelijk kwam Vera tot de conclusie dat ‘Naakt’  soms verreweg van ‘Bloot’ is.

Oproep

Heeft u nog ergens peutertekeningen in huis liggen? Ik zou het leuk vinden als u me ze zou mailen naar; biepbiepers@gmail.com

Beter goed gepikt dan slecht bedacht..en ik vond dit http://www.elezea.com/2011/12/realistic-childrens-paintings/  wel een’vrij’ briljant idee. Een idee om zelf mee aan de slag te gaan.

Alvast hartelijk dank voor de inzendingen

 

Vriendelijke groeten, Bibi.

(het liefst dieren, monsters, ridders en prinsessen ;-)) 

Oudere Berichten »

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.